Troonrede

Leden van de Staten-Generaal,

In het parlementaire jaar dat voor ons ligt, start de herdenking van 75 jaar bevrijding. In het najaar van 1944 werd de bezetter uit grote delen van Zuid-Nederland verdreven. Boven de grote rivieren duurde het nog een lange Hongerwinter voordat ook daar het Wilhelmus weer klonk.

Op herdenkingsmomenten als deze realiseren we ons hoe sterk het land is dat sindsdien is opgebouwd. Sterk in termen van welvaart, ondernemerschap en bestaanszekerheid. Sterk door de democratische waarden die verankerd zijn in onze rechtsstaat: gelijkwaardigheid, tolerantie, vrijheid en rechtszekerheid. En Nederland is sterk door de beschikbaarheid van zorg, onderwijs en een dak boven het hoofd. Zo vertelt de naoorlogse geschiedenis een verhaal van vooruitgang en verbetering. Ondanks perioden van neergang is de richting omhoog en vooruit.

De regering wil dit sterke land nog beter maken. De economische voorwaarden zijn daarvoor aanwezig. In 2019 groeit de economie voor het zesde jaar op rij. Naar verwachting neemt het nationaal inkomen volgend jaar met 2,6 procent toe en bedraagt het overschot op de rijksbegroting 1 procent. Hierdoor wordt de staatsschuld lager en is Nederland beter voorbereid op toekomstige economische schokken. De werkloosheid daalt naar een historisch laag niveau van 3,5 procent.

Daarmee is dit het moment om opnieuw richting te kiezen. Om keuzes te maken die ruimte en zekerheid bieden in het hier en nu en voor volgende generaties. Meer mensen moeten concreet merken dat het goed gaat: thuis, op het werk en in de wijk. Mensen moeten ook weer voelen dat de politiek er voor iedereen is. Er leven vragen: kunnen wij en onze kinderen blijven rekenen op goede zorg, een betaalbaar huis, een baan, goed onderwijs, een veilige buurt, een schone leefomgeving en een goed pensioen? En er is de vraag die niet in een rekenmachine past: leven we in Nederland wel voldoende met elkaar en niet te veel naast elkaar? Een steeds beter land is niet vanzelfsprekend, maar vergt permanent onderhoud en vernieuwing. Vertrouwen in de toekomst is werk in uitvoering.

Bouwen aan een hechte samenleving gaat iedereen in ons land aan. Vooropgesteld: er gaat veel goed. Nederland is een land van vrijwilligers, kerken en verenigingen, dat samenkomt rond bijzondere sportprestaties en op nationale feestdagen. Waar het niet goed gaat, wil de regering actie ondernemen. Dat is niet in één programma of wet te regelen, want een hechte samenleving omvat alle beleidsterreinen en alle bestuurslagen.

De regering neemt initiatieven om eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan en kwetsbare groepen meer vaste grond onder de voeten te geven. We mogen niet berusten in het feit dat meer dan de helft van de 75+’ers zegt zich eenzaam te voelen. We mogen ook niet accepteren dat mensen met problematische schulden, personen met verward gedrag en een groeiend aantal zwerfjongeren aan de rand van de samenleving komen te staan. Samen met provincies, gemeenten en lokale instanties wil het Rijk brede coalities vormen om mensen uit hun isolement te halen en een nieuwe kans te geven.

De regering investeert ook in historisch besef en culturele diversiteit. Erfgoed en cultuur laten ons zien waar we vandaan komen, houden ons een spiegel voor in het heden en zijn zo van grote betekenis voor de toekomst van ons land. Er komt in deze kabinetsperiode 325 miljoen euro extra beschikbaar voor erfgoed. Het budget voor cultuur stijgt met een bedrag dat oploopt naar 80 miljoen euro per jaar vanaf 2020. Daarmee komt er meer ruimte voor nieuw artistiek talent en wordt het mogelijk dat alle kinderen tijdens hun schooltijd een museum bezoeken.

Bouwen aan een hechte samenleving gaat uiteraard ook over integratie. In de voorstellen voor een nieuw inburgeringsstelsel kunnen en moeten statushouders direct aan het werk gaan en zo snel mogelijk goed Nederlands leren. Werk en taal zijn immers de kortste weg naar volwaardig meedoen in de samenleving.

Voor de kracht van de samenleving is het positief dat mensen volgend jaar meer te besteden krijgen, zowel de brede middengroep van mensen met een modaal inkomen als ouderen en uitkeringsgerechtigden. De lonen in ons land stijgen. Mensen vinden weer een baan, maken carrière of gaan meer uren werken. En door een modernisering van ons belastingstelsel gaat werken meer lonen. De belasting op consumptie gaat iets omhoog, waardoor ruimte ontstaat voor lagere lasten op arbeid. Per saldo houden huishoudens de komende jaren meer over.

De gunstige economie biedt ruimte om de sociaaleconomische structuur van ons land sterker en moderner te maken. Het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans heeft als doel dat het voor werkgevers minder risicovol wordt mensen een vast contract aan te bieden. De regering wil daarnaast schijnzelfstandigheid tegengaan. Zzp’ers die bewust kiezen voor het ondernemerschap wordt niets in de weg gelegd. Omdat een moderne arbeidsmarkt rekening houdt met persoonlijke omstandigheden, wordt het geboorteverlof voor partners verlengd van twee dagen tot maximaal zes weken. Nog teveel mensen met een arbeidsbeperking staan ongewild langs de kant. De regering start een breed offensief om aan hen meer kans te geven op een volwaardige baan. Werken moet lonen, ook voor deze groep.

Het huidige pensioenstelsel maakt collectieve verwachtingen van mensen steeds minder waar. De stijgende levensverwachting, veranderingen op de arbeidsmarkt en de aanhoudend lage rente hebben kwetsbaarheden aan het licht gebracht. De regering wil samen met sociale partners werken aan een pensioenstelsel dat deze kwetsbaarheden niet kent en dat tegelijkertijd sterke elementen als de collectieve uitvoering en risicodeling handhaaft.

Nederland heeft van oudsher een goed vestigingsklimaat en dat moet zo blijven. Ook daarom blijven we de komende jaren investeren in onderwijs, innovatie en wetenschap, en een aantrekkelijke woonomgeving. Voor een inhaalslag in infrastructuur is in deze kabinetsperiode 2 miljard euro extra beschikbaar. Daarmee worden fileknelpunten aangepakt, de verkeersveiligheid verbeterd en het openbaar vervoer versterkt. Met fiscale maatregelen vergroten we de aantrekkingskracht van ons land voor grote en kleinere bedrijven. De vennootschapsbelasting wordt lager en de dividendbelasting wordt afgeschaft. We willen echte bedrijvigheid belonen en alleen bedrijven naar ons land halen die wat toevoegen aan onze economie. Belastingontwijking, zoals in het geval van brievenbusfirma’s, wordt daarom tegengegaan.

De gunstige economie biedt ook ruimte om te investeren in voorzieningen en vakmensen die de basis vormen onder een sterk land. Dat doen we met oog voor verpleegkundigen én hun patiënten en cliënten. Met verbeteringen voor leraren én leerlingen. Met aandacht voor meer agenten én veiligheid op straat. Met erkenning van de grote betekenis van het werk van onze militairen in binnen- en buitenland. En met waardering voor onze boeren, tuinders en vissers, die onder soms moeilijke omstandigheden zorgen voor ons voedsel.

Het kabinet komt met gerichte maatregelen om landbouw en natuur meer met elkaar te verbinden. Daarnaast komt er een fonds voor jonge boeren die het bedrijf van hun ouders willen overnemen.

In het vorige begrotingsjaar is al extra geld vrijgemaakt voor zorg aan ouderen, zodat zij kunnen vertrouwen op voldoende tijd, aandacht en goede zorg, thuis of in het verpleeghuis. Die trend zet door. Het extra bedrag voor de ouderenzorg loopt in deze kabinetsperiode op naar ongeveer 3 miljard euro per jaar. Ook onze kinderen en kleinkinderen hebben recht op goede en voor iedereen toegankelijke zorg. Daar moeten we nu aan werken, want de groep ouderen wordt groter en de ontwikkeling van nieuwe medische technieken en medicijnen staat niet stil. In de collectieve uitgaven gaat nu van elke euro al meer dan 25 cent naar de zorg. Daarom zijn met de ziekenhuizen, huisartsen, wijkverpleegkundigen en de ggz nieuwe akkoorden gesloten over de kwaliteit en een beheerste kostengroei.

Om beter te kunnen voldoen aan de grote vraag naar technisch personeel krijgen vmbo-scholen met een technisch profiel extra geld. Het kabinet investeert daarnaast fors extra in voor- en vroegschools onderwijs, zodat de jongste kinderen met het risico op een achterstand meer aandacht krijgen. Om het nijpende lerarentekort aan te pakken, is geld vrijgemaakt voor hogere salarissen in het primair onderwijs, verlaging van de werkdruk en halvering van het collegegeld in de eerste twee jaar van de lerarenopleiding. Het lerarentekort vraagt ook de komende jaren om actie en samenwerking van alle partijen in het onderwijs.

De bestrijding van grootschalige en georganiseerde criminaliteit vraagt meer aandacht. Nederland is een rechtsstaat waar criminelen niet de dienst uitmaken. We berusten dus niet in verloedering, in criminele afrekeningen en in drugscriminaliteit die in sommige delen van ons land industriële vormen aanneemt. Er komen ruim 1100 agenten bij, van wie het merendeel in de wijken gaat werken. Een groeiend probleem is de vermenging van onder- en bovenwereld. Met een speciaal fonds dringen we deze zogeheten ‘ondermijning’ terug. Daarnaast komt extra geld beschikbaar voor cybersecurity, omdat het nodig is de digitale infrastructuur van ons land te beveiligen.

Onze militairen hebben binnen en buiten de landsgrenzen een belangrijke taak om Nederland veilig te houden. Na jaren van bezuinigen zet de trendbreuk van hogere defensie-uitgaven in 2019 en daarna steviger door. Het gaat om een bedrag dat oploopt naar 1,5 miljard euro extra per jaar aan het einde van deze kabinetsperiode. Dat is een verhoging van de defensiebegroting met 17 procent. Met deze noodzakelijke investering kan de krijgsmacht haar grondwettelijke taak het Koninkrijk te beschermen beter uitvoeren.

Een groot probleem is de oververhitte woningmarkt. Vooral in de grote steden zijn betaalbare woningen schaars en komen starters er niet of nauwelijks tussen. Er is grote behoefte aan woningen met een huur van 700 tot 1000 euro per maand. De regering slaat de handen ineen met gemeenten, woningcorporaties en bouwers. Het gezamenlijke doel is de bestaande woningvoorraad beter te benutten, uitwassen op de huurmarkt tegen te gaan en een inhaalslag te maken in de bouw van nieuwe huizen. De ambitie is om per jaar gemiddeld 75.000 woningen te bouwen. Het spreekt vanzelf dat de problemen niet met één druk op de knop zijn op te lossen. Maar het is wel noodzakelijk het tij te keren.

Datzelfde geldt voor het klimaatbeleid. Net zoals deze generatie volgende generaties niet mag opzadelen met een onhoudbare staatsschuld, mogen we ook geen milieuschuld doorgeven. De realiteit is dat het klimaatbeleid raakt aan onze hele manier van wonen, werken en leven. Tegelijkertijd biedt een ambitieus klimaatbeleid kansen voor de innovatiekracht van Nederland. In de zomer presenteerden vertegenwoordigers van de industrie, energiesector, landbouw, natuurorganisaties en logistieke bedrijven een voorstel voor hoofdlijnen van een klimaatakkoord. Bij de uitwerking staat voorop dat de omslag naar schonere energiebronnen en productiemethoden voor iedereen in ons land haalbaar en betaalbaar moet zijn. Deze grote bocht kunnen we alleen met elkaar maken. Het parlementaire initiatief voor de klimaatwet laat zien dat dit mogelijk is.

De urgentie van de energietransitie is alleen maar groter geworden na het besluit om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk af te bouwen naar nul. Met dit besluit wil de regering recht doen aan de inwoners van het aardbevingsgebied. Natuurlijk zijn hiermee niet ineens alle problemen opgelost. Daarom zet de regering concrete vervolgstappen om de schade te vergoeden en de regionale economie te versterken.

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen kunnen veel doelen alleen samen bereiken. De energietransitie, de veiligheid op straat, de zorg voor een vitaal en leefbaar platteland, maar ook de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling – het vraagt allemaal om bestuurlijke samenwerking. De rol van de medeoverheden wordt groter en belangrijker. De groei van het gemeente- en provinciefonds helpt hen alle taken goed te kunnen blijven uitvoeren.

Leden van de Staten-Generaal, de naoorlogse geschiedenis bewijst dat bouwen aan een sterk Nederland niet kan zonder de blik naar buiten te richten. In de inbedding van ons land in internationale structuren ligt de basis voor blijvende welvaart en veiligheid. Vanuit dit dragend principe is Nederland actief lid van de NAVO, de VN, de EU en organisaties als de Wereldhandelsorganisatie.

De multilaterale wereldorde die na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd staat onder druk. De bedreigingen voor de internationale rechtsorde en de vrije wereldhandel zijn legio, zowel in de ring rond Europa als verder weg. Het is een direct Nederlands belang om een bijdrage te leveren aan een stabiele internationale omgeving. De Nederlandse militairen, die zich daar onder de moeilijkste omstandigheden voor inzetten, hebben onze onvoorwaardelijke steun.

Tot 1 januari 2019 is het Koninkrijk der Nederlanden lid van de Veiligheidsraad. In die rol leggen we de nadruk onder andere op modernisering van de VN-organisatie en VN-missies en op meer aandacht voor het voorkomen van conflicten. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking wordt gedragen door de beproefde combinatie van hulp en handel. Er komt extra geld en aandacht voor hulp aan vluchtelingen, voor opvang in de regio, voor onderwijs in ontwikkelingslanden en voor ondersteuning bij het realiseren van klimaatdoelstellingen.

Het dichtstbij zijn onze partners in de Europese Unie, met wie we samen werken aan veiligheid, stabiliteit en welvaart voor alle inwoners van de lidstaten. Het lidmaatschap van de EU maakt ons land sterker in een wereld waarin machtsverhoudingen verschuiven en oude allianties niet meer vanzelfsprekend zijn. Het is een Nederlands belang dat Europa zich collectief sterk blijft maken voor vrije wereldhandel en tegen de dreiging van importtarieven en andere handelsbelemmeringen.

Voor de Europese Unie wordt 2019 een intensief jaar met een nieuwe Europese Commissie en een nog onvoorspelbare brexit. De Nederlandse regering blijft zich met een positieve agenda sterk maken voor een betere EU, die zich richt op kerntaken en afspraken nakomt. Gezamenlijk moeten we de interne markt verder verdiepen en de euro sterker maken. Samen staan we pal voor de rechtsstaat. En alleen samen kunnen we de onrust aan de buitengrenzen van Europa en het migratievraagstuk effectief aanpakken.

In Koninkrijksverband heeft de wederopbouw van Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba hoge prioriteit na twee vernietigende orkanen in 2017. De komende jaren wordt hiervoor ruim 600 miljoen euro vrijgemaakt. Met de regeringen van Curaçao en Aruba werkt Nederland aan concrete verbeteringen. Bijvoorbeeld door meer Nederlandse bedrijven te interesseren om op Curaçao te investeren en door de verbetering van de jeugdhulpverlening op Aruba te ondersteunen. De gezamenlijke kustwacht heeft een cruciale rol in het beheersen van migratiestromen en de rechtshandhaving. Op Bonaire, Sint Eustatius en Saba neemt de regering concrete maatregelen om de armoede terug te dringen. De werkgeverslasten in Caribisch Nederland worden met 5 procent verlaagd, waardoor het minimumloon en de uitkeringen met 5 procent kunnen stijgen. Daarnaast is 30 miljoen euro beschikbaar voor armoedebestrijding, infrastructuur en economische ontwikkeling. Zo blijven we samen vorm geven aan een Koninkrijk waarin we elkaar terzijde staan.

Leden van de Staten-Generaal,

Honderd jaar geleden vonden in Nederland de eerste verkiezingen plaats na de invoering van het algemeen mannenkiesrecht en het systeem van evenredige vertegenwoordiging. Traditionele stromingen verloren terrein. De scheidslijnen van de verzuiling tekenden zich scherper af dan daarvoor. En zowel ter linker- als ter rechterzijde dienden zich nieuwe, vaak kleine fracties aan. Het confessionele kabinet-Ruijs de Beerenbrouck dat in september 1918 aantrad, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, steunde op precies de helft van het aantal zetels in de Tweede Kamer. Desalniettemin wist het met de invoering van de achturige werkdag en het algemeen vrouwenkiesrecht wezenlijke verbeteringen door te voeren. Daarom vieren we in 2019 honderd jaar kiesrecht voor alle Nederlanders.

Ieder tijdsgewricht is uniek. Maar misschien mag één parallel met het heden wel getrokken worden. Het kabinet realiseert zich dat er bij de uitvoering van het regeerakkoord geen vanzelfsprekende grote meerderheden zijn. Er is wel de Nederlandse traditie dat we met elkaar een sterk land stap voor stap steeds beter maken. In die traditie wil de regering werken, samen met u en samen met iedereen in ons land.

In ons democratisch bestel rust daarbij een speciale verantwoordelijkheid op u, leden van de Staten-Generaal. U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

18 september 2018

Engels

Members of the States General,

During the forthcoming parliamentary year we will start commemorating the 75th anniversary of liberation. In the autumn of 1944, occupying forces were driven out of large parts of the southern Netherlands. The rest of the country north of the great rivers had to endure a long winter of famine before the national anthem – the Wilhelmus – rang out once more.

Such moments of commemoration bring home to us how strong the country built up in the intervening period has become. Strong in terms of prosperity, enterprise and socioeconomic security. Strong by virtue of the democratic values anchored in our state and the rule of law: equality, tolerance, freedom and legal certainty. And strong because we have healthcare, education and a roof over our heads. Post-war history is a chronicle of progress and improvement. Despite periods of decline, the overall trend is upward and forward.

The government aims to make this strong country of ours even stronger. The necessary economic conditions are in place. In 2019 the economy is set to grow for the sixth successive year. Next year national income is expected to increase by 2.6% and the surplus on the central government budget will be 1%. This will reduce the national debt and ensure the Netherlands is better prepared for future economic shocks. Unemployment is due to fall to a historic low of 3.5%.

This is therefore the time to decide what direction we should take. To make choices that afford us room to manoeuvre and give us security, both in the here-and-now and for future generations. More people should have a tangible sense that things are going well: at home, at work and in their neighbourhood. And more people should feel that politicians are there for everyone. People ask: can we and our children continue to count on good healthcare, an affordable home, a job, a good education, a safe neighbourhood, a clean living environment and a good pension? And they ask a question that can’t be answered with a calculator: in the Netherlands, do we live sufficiently with each other and not too much alongside each other? We can’t simply assume that our country will continue to improve. It requires continuous maintenance and innovation. Confidence in the future is a work in progress.

Building a close-knit society is a matter for everyone in our country. Let us be clear: many things are going well. The Netherlands is a country of volunteers, churches and associations which joins together to celebrate special sporting achievements and national holidays. But where things are going less well, the government intends to take action. That can’t be done with a single programme or Act of Parliament, since a close-knit society involves all policy areas and all tiers of government.

The government will launch initiatives to combat loneliness among the elderly and give vulnerable groups a firmer footing in society. We should not simply resign ourselves to the fact that more than half of people over 75 say they feel lonely. Nor should we accept that people with problem debts, people with mental health issues and a growing number of young homeless people end up living on the margins of society. Central government will seek to forge broad coalitions with provinces, municipalities and local bodies to lift people out of isolation and give them a fresh chance.

The government is also investing in historical awareness and cultural diversity. Heritage and culture show us where we came from and hold up a mirror to us in the present, so they are of great significance to our country’s future. During this government’s term in office, an additional €325 million will be earmarked for heritage. The budget for culture will be increased by an amount rising to €80 million a year from 2020. This will provide more scope for new artistic talent and will enable all children to visit a museum during their time at school.

Of course, building a close-knit society also involves integration. In the government’s proposals for a new civic integration system, asylum permit holders are expected to find work immediately and acquire a good command of Dutch as soon as possible. After all, work and language are the fastest route to full participation in society.

With a view to promoting a strong society, it is encouraging that people will have more to spend next year. Both the broad swathe of people on modal earnings and groups such as the elderly and benefit recipients stand to gain. Wages in our country are rising. People are getting back into work, rising up the career ladder, or working longer hours. And the modernisation of our tax system will make it pay more to work. Tax on consumption will be raised slightly, providing scope to cut taxation on labour. On balance, households will be better off in the next few years.

The favourable economic situation provides an opportunity to strengthen and modernise our country’s socioeconomic structure. The legislative proposal on a balanced labour market is intended to reduce the risk to employers in offering workers a permanent contract. The government will also tackle false self-employment. Self-employed persons without employees who make a conscious choice to become entrepreneurs will not have barriers put in their way. Because a modern labour market must take account of personal circumstances, leave for partners on the birth of their child will be increased from two days to a maximum of six weeks. Too many people with a work disability are still left on the sidelines. The government will launch a broad offensive to boost their chances of finding regular employment. Work must pay for this group too.

The current pension system is increasingly failing to live up to people’s collective expectations. Rising life expectancy, changes in the labour market and ongoing low interest rates have exposed vulnerabilities. The government aims to work with representatives of employers and employees on a pension system that eliminates these vulnerabilities while retaining strong elements such as collective implementation and risk sharing.

The Netherlands has long enjoyed a good business climate and must keep it that way. This is another reason why, in the years ahead, we will continue to invest in education, innovation, science and an attractive living environment. The government has set aside an extra €2 billion to make up lost ground in the area of infrastructure during its term in office. This will involve tackling congestion bottlenecks, enhancing road safety and strengthening public transport. Using tax measures, we will make our country more attractive to businesses both large and small. Corporation tax will be reduced and dividend tax will be abolished. We aim to reward genuine business activity and to only welcome those companies that contribute to our economy. Action will therefore be taken to combat tax avoidance mechanisms such as shell companies.

The favourable economy also provides scope for investing in the public services and professionals that make up the foundations of a strong country. In doing so we will be mindful of the needs of both nurses and their patients. We will make improvements for both teachers and pupils. We will appoint more police officers and enhance safety on the streets. We will recognise the great importance of the work done by our military personnel at home and abroad. And acknowledge the value of our farmers, market gardeners and fishers who produce our food in what can be difficult circumstances.

The government will put forward targeted measures to establish stronger links between agriculture and nature. In addition, a fund will be created for young farmers who wish to take over their parents’ business.

Extra funding was already made available in the 2017 budget for care for the elderly, so that they can count on being given sufficient time and attention and good quality care, in their own home or in a nursing home. That trend will continue. During this government’s term in office, the extra amount for care for the elderly will rise to some €3 billion a year. Our children and grandchildren too are entitled to good and accessible healthcare. We have to work on this now, as the number of old people is growing while the development of medical techniques and medicines continues to advance. As things stand, more than 25 cents of every euro of public expenditure goes on healthcare. New agreements have therefore been made with hospitals, family doctors, district nurses and mental health services on quality and controlled growth in costs.

In order to be better able to satisfy the great demand for workers in technical fields, pre-vocational secondary education (VMBO) schools with an engineering and technology focus will be given extra money. The government will also invest heavily in early years education, so that the youngest children at risk of educational disadvantage receive more attention. In order to tackle the severe shortage of teachers, funds have been made available to pay higher salaries in primary education, ease the pressure of work and halve tuition fees in the first two years of teacher training. In the years ahead the teacher shortage will continue to demand action from and cooperation between all education stakeholders.

Combating large-scale organised crime requires more attention. The Netherlands is a democracy governed by the rule of law, where criminals don’t get to call the shots. So we will not sit back idly in the face of urban decay, tit-for-tat killings and the drug crime that is now reaching industrial proportions in some parts of our country. More than 1,100 extra police officers will be appointed, the majority of whom will be patrolling our neighbourhoods. The blending of the underworld with legitimate businesses and institutions is a growing problem that undermines society. We will combat this with a special new fund. Extra funding will also be made available for cybersecurity, in order to protect our country’s digital infrastructure.

Both within and beyond our borders, our military personnel perform the vital task of keeping the Netherlands safe. After years of spending cuts, the new policy of higher defence spending will be stepped up in 2019 and beyond. The extra spending will rise to €1.5 billion a year by the end of the government’s term in office. As a result the defence budget will be increased by 17%. This necessary investment will enable the armed forces to better fulfil their constitutional task of defending the Kingdom of the Netherlands.

The overheated housing market has become a major problem. In the large cities, especially, affordable housing is scarce and it is difficult, if not impossible, to obtain a starter home. There is great demand for rental properties costing €700 to €1,000 per month. The government is joining forces with municipalities, housing associations and building firms, with the common aim of better utilising the existing housing stock, preventing excesses in the rental market and reversing the house-building shortfall. Our ambition is to build an average of 75,000 new homes a year. Obviously these problems cannot be solved overnight, but it is essential that we turn the tide.

The same is true of climate policy. Just as we must not saddle future generations with an unsustainable national debt, nor must we hand down an environmental debt. The reality is that climate policy affects every aspect of how we live and work. At the same time, ambitious climate policy presents opportunities for the Netherlands’ innovative capacity. This summer, representatives of industry, the energy, logistics and agricultural sectors, and environmental organisations presented a proposal for the main elements of a Dutch climate agreement. In elaborating this agreement, the guiding principle will be that the transition to cleaner energy sources and production methods must be achievable and affordable for everyone in our country. We can only make this enormous change if we do so together. Parliament’s initiative with regard to the Climate Act shows that this is possible.

The urgency of the energy transition has only grown since the decision was made to completely phase out the extraction of natural gas in Groningen as soon as possible. By making this decision the government has sought to address the interests of those in the region affected by earthquakes. Naturally, this will not solve all the problems at a stroke. The government will therefore also take further concrete steps to compensate the damage caused and strengthen the regional economy.

There are many goals that central government, provinces, municipalities and water authorities can only achieve by working together. The energy transition, the safety of our streets, ensuring thriving and liveable rural areas, not to mention tackling domestic violence and child abuse: all these areas require cooperative governance. The role of the subnational authorities will become larger and more central. The rise in the municipalities and provinces funds will help them continue performing all their tasks effectively.

Members of the States General, post-war history has shown that it is not possible to build a strong Netherlands without looking beyond our own borders. Rooting our nation in the structures of the international order lays the basis for longstanding prosperity and security. Taking this principle as our guide, the Netherlands is an active member of NATO, the UN, the EU and bodies such as the World Trade Organization.

The multilateral world order built after the Second World War is under pressure. The threats to the international legal order and global free trade are legion, both in the countries surrounding Europe and further afield. The Netherlands has a direct interest in contributing to a stable international environment. The Dutch military personnel who are working in the most difficult conditions to fulfil this aim have our unconditional support.

Until the end of this year, the Kingdom of the Netherlands is a member of the United Nations Security Council. In this capacity we are pressing for the modernisation of the UN organisation and its missions, and for more attention to be paid to conflict prevention. Dutch development cooperation policy employs a tried-and-tested combination of aid and trade instruments. Extra funding and attention will be devoted to refugee aid, reception in the region, education in developing countries and support for countries’ efforts to achieve their climate objectives.

Our closest partners are those in the European Union, with whom we work to ensure security, stability and prosperity for all the people of the member states. Membership of the EU makes our country stronger in a world where power relations are shifting and old alliances can no longer be taken for granted. It is in the Netherlands’ interest that Europe continue standing up collectively for global free trade and against the threat of import tariffs and other trade barriers.

For the European Union, 2019 will be a busy year, with the appointment of a new European Commission and a Brexit outcome that is still uncertain. The Dutch government will continue promoting a positive agenda for a better EU which concentrates on the essentials and sticks to its agreements. Together we need to deepen the single market and strengthen the single currency. Together we must stand up for the rule of law. And only together can we effectively deal with the migration issue and the turmoil on Europe’s external borders.

In the Caribbean part of the Kingdom, the reconstruction of St Maarten, St Eustatius and Saba is a high priority after two devastating hurricanes in 2017. In the next few years, over €600 million will be made available for this purpose. The Netherlands is working with the governments of Curaçao and Aruba on concrete improvements. For example, we are trying to interest more Dutch companies in investing in Curaçao, and we are supporting improvements to youth services in Aruba. The joint coastguard service has a crucial role in managing migration flows and in law enforcement. On Bonaire, St Eustatius and Saba, the government is taking specific measures to tackle poverty. In these Caribbean parts of the Netherlands, employers’ social security contributions will be reduced by 5%, which in turn will allow the minimum wage and benefits to be raised by 5%. In addition, €30 million will be made available for poverty reduction, infrastructure and economic development. In this way we will continue working to shape a Kingdom in which we all stand by one another.

Members of the States General,

One hundred years ago the Netherlands held its first elections following the introduction of universal male suffrage and the system of proportional representation. Traditional political alliances began to lose ground, and the fault lines between societal pillars became sharper than ever. On both the left and the right, new, often small parliamentary parties emerged. The confessional government of Charles Ruijs de Beerenbrouck, which took office in September 1918 towards the end of the First World War, won precisely half the seats in the House of Representatives. Nevertheless, it managed to push through essential improvements, such as the eight-hour working day and women’s right to vote. Next year, therefore, we will be celebrating the centenary of universal suffrage in the Netherlands.

Every moment in time is unique. But perhaps this one parallel with the present is worth drawing. The government realises that in putting its coalition agreement into practice, it cannot rely on comfortable majorities. But in the Netherlands we have a long tradition of working together, step by step, to make our strong country even stronger. The government wants to continue that tradition, together with you and with everyone in our country.

In our democratic system, you bear a special responsibility in this regard, as members of the States General. In discharging your duties, you may feel supported in the knowledge that many are wishing you wisdom and join me in praying for strength and God’s blessing upon you.

18 September 2018