Troonrede

Leden van de Staten-Generaal,

Nooit zal ik de Nationale Dodenherdenking van 4 mei 2020 vergeten. Het was onwerkelijk en zeer realistisch tegelijk: die bijna lege Dam, de stilte nog oorverdovender dan anders, en het besef dat de viering van 75 jaar vrijheid noodgedwongen een ingetogen karakter had gekregen. Door het coronavirus werd dit voorjaar ineens alles anders. Ook deze anders-dan-anders-Prinsjesdag op anderhalve meter afstand, niet in de Ridderzaal, en met minder mensen, tradities en uitbundig rood-wit-blauw, maakt dat tastbaar.

Mijn bewondering en dank gaan uit naar iedereen die in de zorg en elders in de samenleving al het mogelijke deed om de coronacrisis het hoofd te bieden. Verpleegkundigen en schoonmakers, boa’s en defensiepersoneel, supermarktmedewerkers en mensen in het openbaar vervoer. Ik wil daarnaast mijn steun en medeleven betuigen aan hen die door corona zijn getroffen, of die een geliefde moeten missen. Maar ook voor wie dat niet geldt, is de impact enorm. Corona raakt ons allemaal. Van Terschelling tot Aruba. Jong en oud. Mensen met een beperking vaak nog harder dan anderen. Corona raakt ons in school en werk. In het gemis van een aanraking. En vooral: in ons gevoel van veiligheid en vertrouwen. Want geen eindexamen kunnen doen, een begrafenis in zeer kleine kring, niet op bezoek kunnen bij je man of vrouw in het verpleeghuis, als ondernemer ineens je levenswerk verliezen, of je baan – het is allemaal enorm ingrijpend. Voor al die gevoelens van stress, eenzaamheid en verlies moet ruimte zijn en erkenning. Binnenkort geven we daar in het hele Koninkrijk in verbondenheid uitdrukking aan onder de noemer ’aandacht voor elkaar’.

Toch gebeurt er deze maanden ook veel goeds. We waarderen meer het land waarin we wonen. Het weefsel van onze samenleving is opnieuw sterk gebleken. Het blijft bijzonder hoe Nederlanders er voor elkaar zijn als de nood aan de man komt. Bijzonder was ook hoe we in een paar maanden samen voor elkaar kregen dat de grootste beperkingen konden worden opgeheven. En bijzonder is de veerkracht van ondernemers die op allerlei creatieve manieren hun bedrijf draaiende hielden, van leraren die hun leerlingen online gingen begeleiden, en van ouders die plotseling werk en onderwijs thuis combineerden. Nederland heeft in de coronacrisis bewezen verantwoordelijk, saamhorig en flexibel te zijn. Laat ons dat volhouden zolang dat nodig is. En laat ons daar vertrouwen aan ontlenen voor de toekomst.

Want juist in tijden van plotselinge schokken is het zaak oog te houden voor de lange termijn. Dat zijn we verplicht aan de jongeren, die de laatste maanden niet alleen moesten inleveren op hun leven nu, maar ook op hun vooruitzichten voor straks. Een 94-jarige veteraan maakte veel los met een ingezonden brief waarin hij de jongeren van Nederland opriep vol te houden en solidair te zijn met zijn generatie. Een 18-jarige student schreef hem terug hoe dankbaar hij was voor de vrijheid en alle mogelijkheden waarmee hij en zijn leeftijdgenoten opgroeien. Maar hij schreef ook hoezeer zij die vrijheid nu missen, hoe zij sleutelmomenten in het leven zomaar zien passeren en hoe extra onzeker de toekomst door de coronacrisis voelt. Die onzekerheid is er op het gebied van opleiding, wonen en werk. Tegelijkertijd is er de zorg over overkoepelende problemen als klimaatverandering, die door corona niet minder urgent worden. Deze brief raakt de kern van Prinsjesdag, want perspectief voor de toekomst begint altijd in het hier-en-nu. Dat is de spiegel die de volwassenen van morgen voorhouden aan de volwassenen van vandaag.

In dat besef maakt de regering de keuze in deze onzekere tijd niet te bezuinigen, maar juist te investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, en een sterkere economische structuur en een schoner land nu en straks. Op die pijlers rusten de plannen van de regering voor het komende jaar.

De Nederlandse economie en overheidsfinanciën zijn veerkrachtig. De laatste jaren is een financiële buffer opgebouwd waarvan we nu de vruchten plukken. Deze publieke spaarpot maakt de gezondheidseffecten van het coronavirus niet minder heftig, maar maakte de eerste directe economische gevolgen wel beter draagbaar.

Nu moeten we ons schrap zetten voor de gevolgen van een zware economische terugslag, die ook doorwerkt in de economie en overheidsfinanciën op lange termijn. Hoe precies, hangt af van de vraag tot wanneer en in welke mate het coronavirus ons in zijn greep blijft houden. Maar alle recente cijfers en ramingen zijn ongekend in vredestijd. Met een historische krimp van ruim 5 procent in 2020. Met een historische omslag van een overschot op de rijksbegroting naar een tekort van 7 procent in één jaar. En met een verdubbeling van de werkloosheid ook in één jaar. Onze belangrijkste handelspartners in Europa en wereldwijd hebben te kampen met een economische terugval die vaak nog groter is. Voor een open en op handel en export gericht land als Nederland is dat, zeker na brexit, een extra complicatie.

De internationale gevolgen van de coronacrisis kunnen moeilijk worden overschat, niet in economisch en niet in geopolitiek opzicht. Er lijken nog diepere groeven te worden getrokken tussen de grootste machtsblokken in de wereld. In het jaar van 75 jaar Verenigde Naties domineert helaas steeds vaker het nationale eigenbelang en is de multilaterale wereldorde verder onder druk komen staan. Voor de Nederlandse regering staat buiten kijf dat goed functionerende internationale instellingen en internationale samenwerking noodzakelijk zijn om problemen aan te pakken die geen land of regio alleen de baas kan. Dat geldt voor vraagstukken van vrede en veiligheid, voor de klimaatcrisis en de toekomst van onze energievoorziening, voor armoedebestrijding en nu ook voor de bestrijding van het coronavirus.

Ons land neemt hierin verantwoordelijkheid. Dat is zowel een morele plicht als welbegrepen eigenbelang. Nederland blijft steun geven aan de kwetsbaarste regio’s in de wereld, die zwaar door corona zijn getroffen. Daarnaast blijft de regering werken aan versterking van de operationele inzet van Nederlandse militairen. Het is duidelijk dat de wereld zich, over de coronacrisis heen, moet voorbereiden op de mogelijkheid van een volgende pandemie of een andere externe schok. Corona leert ons dat we ook internationaal samen sterker staan in een crisis als deze.

In Europees verband geldt dat de toenemende geopolitieke onzekerheid en de coronacrisis het belang van samenwerking en een eendrachtig optreden naar buiten toe alleen maar vergroten. De inbedding in de Europese Unie en de interne markt staan aan de basis van de Nederlandse welvaart, rechtszekerheid en veiligheid. Het is waar dat Europese samenwerking vaak gepaard gaat met stevige discussies, waardoor verschillen tussen landen soms worden uitvergroot. Toch brengen de overeenkomsten en de gedeelde belangen de lidstaten altijd weer bij elkaar. Zo werkt Nederland intensief samen met andere Europese landen om de ontwikkeling en beschikbaarstelling van een vaccin te versnellen. Met het Europees herstelfonds kunnen lidstaten voor de korte termijn de gevolgen van de coronacrisis beter opvangen en voor de lange termijn werken aan structurele economische hervormingen. Het is een vorm van solidariteit die twee kanten op werkt: van buren die elkaar vanzelfsprekend helpen in tijden van nood, maar die in eigen land ook stappen zetten en hervormen om bij een volgende crisis allemaal beter voorbereid te zijn.

In ons land konden met extra overheidsuitgaven de eerste gevolgen van de coronacrisis voor de bedrijven en de werkgelegenheid worden opgevangen. Voor de korte termijn is twee keer een pakket steunmaatregelen ingezet waarmee lonen zijn doorbetaald en faillissementen en grootschalige ontslagrondes zoveel mogelijk konden worden voorkomen. Het derde pakket, dat beschikbaar is vanaf 1 oktober, heeft een looptijd van negen maanden. Behoud van zoveel mogelijk banen blijft het doel. Maar na de fase van noodsteun is het nu ook belangrijk dat mensen door scholing en training de overstap kunnen maken naar sectoren waar een tekort aan personeel is, en dat bedrijven zich aan kunnen passen aan de nieuwe realiteit. Met een aanvullend pakket van bijna een half miljard euro voor kunst en cultuur onderstreept de regering het grote maatschappelijke belang van deze sector. De steun voor het openbaar vervoer wordt voortgezet, omdat veel mensen voor hun dagelijkse bezigheden afhankelijk zijn van bus, trein, tram en metro. Voor gemeenten komt bijna 800 miljoen euro extra beschikbaar, bijvoorbeeld voor buurthuizen, sociale werkvoorziening, culturele instellingen, en voor het coronaproof organiseren van de verkiezingen. Zo werken medeoverheden en Rijk als één overheid samen in deze crisis.

Met de zwaar getroffen Caribische delen van het Koninkrijk wordt gesproken over welke steun onder welke voorwaarden kan worden verleend. Het doel is de bevolking nu te steunen en bij te dragen aan toekomstige economische zekerheid en maatschappelijke stabiliteit. Humanitaire steun blijft steeds beschikbaar.

Bij de start van deze periode koos de regering voor versterking van publieke voorzieningen. Het belang hiervan is door corona eerder toe- dan afgenomen. Investeren in veiligheid, bestaanszekerheid en een aantrekkelijke leefomgeving draagt bij aan bestrijding van de crisis, aan de veerkracht van de economie en aan vertrouwen in de toekomst. In de plannen van de regering is dat op verschillende plaatsen zichtbaar.

Nergens wordt de verantwoordelijkheid voor de toekomst van onze kinderen en jongeren directer gevoeld en waargemaakt dan voor de klas en in de collegezalen. Het onderwijs heeft extra geld gekregen om in de grote steden volgende stappen te kunnen zetten in de aanpak van het lerarentekort. Na een uitzonderlijk voorjaar met lege klassen is ook 500 miljoen euro beschikbaar om onderwijsachterstanden weg te werken. Daarmee kunnen bijvoorbeeld extra bijlessen worden gegeven.

Met een bedrag van 5 miljard euro wil de regering de komende jaren de problemen rond stikstof aanpakken. Het geld dat nu beschikbaar komt, kan onder andere worden ingezet voor natuurherstel en de aanpassing van stallen. Dat is nodig voor de natuur, waarvan we allemaal genieten en die we moeten koesteren voor later. Het is nodig voor een gezonde en innovatieve toekomst van de Nederlandse landbouwsector, die ook in tijden van crisis zorgt voor een betrouwbare voedselvoorziening. En het is nodig om ruimtelijke ontwikkelingen in de sfeer van woningbouw en infrastructuur mogelijk te maken.

Opgeteld wordt bijna 2 miljard euro aan geplande investeringen voor infrastructuur, woningbouw en onderhoud en verduurzaming van rijksgebouwen naar voren gehaald. Goede mobiliteit schraagt de economie. Bouw en woningmarkt krijgen een steun in de rug door bouwprojecten eerder uit te voeren.

De vraag naar woningen blijft groot. Onder regie van het Rijk wordt de woningbouw versneld. Starters hoeven de komende vijf jaar geen overdrachtsbelasting te betalen. De regering stelt voor de huur te verlagen voor mensen met een laag inkomen in een dure corporatiewoning.

De rechtsstaat is het belangrijkste publieke bezit van de samenleving. Het is de basis onder een democratisch land dat sociaal en economisch sterk is en waarin kansengelijkheid als norm geldt. Een jaar geleden werd Nederland geschokt door de brute moord op advocaat Derk Wiersum. Op die dag werd eens te meer manifest hoezeer georganiseerde criminaliteit de maatschappij ondermijnt. Voor de niet-aflatende strijd daartegen is volgend jaar opnieuw extra geld beschikbaar, onder andere voor een nieuw gespecialiseerd team waarin de kennis en kracht van justitie, Belastingdienst en defensie worden gebundeld.

Een wezenlijke bedreiging voor de kwaliteit van de rechtsstaat is dat in ons land iemands huidskleur of naam nog te vaak bepalend is voor zijn of haar kansen. Dat is onaanvaardbaar. Het maatschappelijk debat hierover schuurt soms, maar kan ons ook verder brengen in de strijd tegen discriminatie, racisme en ongelijke behandeling. Bestaande verschillen overbruggen begint bij de bereidheid naar elkaar te luisteren.

De regering realiseert zich hoe cruciaal in het publieke domein het vertrouwen is in het handelen van de overheid zelf. De overheid moet naast mensen staan, niet tegenover mensen. Daarom is het zo belangrijk dat de inwoners van Groningen die door de aardbevingen zijn getroffen zo snel mogelijk kunnen rekenen op herstel van de geleden schade en versterking van hun huizen, en is de regering er alles aan gelegen de gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire snel te compenseren. Investeren in de kwaliteit van de publieke dienstverlening blijft noodzakelijk.

Voor de lange termijn zijn in deze periode richtinggevende keuzes gemaakt in het Pensioenakkoord en het Klimaatakkoord. Als de noodzakelijke solidariteit tussen jong en oud ergens gestalte krijgt, dan wel rond deze twee thema’s. De uitwerking en uitvoering van beide akkoorden vraagt een lange adem. Het pensioen wordt persoonlijker en transparanter. Door nu te hervormen, kan er straks voor iedereen een goed pensioen zijn. De regering hoopt in 2021 het wetsvoorstel voor de vernieuwing van het pensioenstelsel in te dienen.

Het perspectief van het Klimaatakkoord en de Klimaatwet is een vermindering van de CO2 -uitstoot met minimaal 49 procent in 2030, op weg naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Later dit najaar verschijnt de eerste Klimaatnota. Voor komend jaar zitten er verschillende maatregelen in het vat, zoals een CO2-heffing voor de industrie, een kleiner aandeel van kolencentrales in de elektriciteitsproductie, en maatregelen om de circulaire economie, waarin afval weer grondstof wordt, te stimuleren.

Daarbovenop wil de regering een vliegende start maken met het Nationaal Groeifonds. Dit fonds is er voor het toekomstig verdienvermogen van ons land en daarmee voor de welvaart van morgen. Met het fonds wil de regering investeren in kennisontwikkeling, innovatie en infrastructuur. Dat laatste omvat naast wegen en spoor ook de digitale snelweg en de infrastructuur voor energie. De unieke schaal en de looptijd van het fonds maken het mogelijk Nederland welvarender, schoner en duurzamer over te dragen aan de jongeren van nu. Voor de komende vijf jaar is een bedrag van 20 miljard euro beschikbaar.

Tot slot is door het coronavirus nog duidelijker geworden hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat ook voor volgende generaties de beste zorg beschikbaar blijft. Uit vele internationale vergelijkingen blijkt dat de Nederlandse zorg van wereldklasse is. Maar dat neemt niet weg dat er een grens is aan de spankracht van de zorginstellingen en de mensen die er werken. Voor de korte termijn moeten we daar lessen uit trekken om voorbereid te zijn op een mogelijke tweede golf. Voor de lange termijn dringen zich andere lessen op, die bijvoorbeeld te maken hebben met de organisatie van de zorg en de werkdruk van het zorgpersoneel, de vraag of meer zorg op afstand mogelijk is en de noodzaak van preventie en zorginnovaties. Het kabinet komt met voorstellen om zoveel mogelijk mensen voor de zorg te behouden en nog meer mensen te verleiden voor deze sector te kiezen, bijvoorbeeld met meer doorgroeimogelijkheden, minder administratie en meer zeggenschap. De waardering voor de werkers in de zorg komt ook tot uitdrukking in een extra bonus voor extra inspanningen, dit jaar en volgend jaar.

Leden van de Staten-Generaal,

De coronacrisis stelt ons ernstig op de proef in alles wat van waarde is: gezondheid, werk, familie en vriendschappen. En we realiseren ons: juist nu wordt gezamenlijkheid en verantwoordelijkheid gevraagd. Bij elke generatie leven in deze tijd specifieke zorgen en vragen. Maar precies in de verbondenheid tussen generaties kan iedereen, jong en oud, op zijn of haar eigen plaats een bijdrage leveren om deze moeilijke periode te boven te komen. Onze belangrijkste zekerheid is dat Nederland economisch, sociaal en mentaal steeds veerkracht toont. De opdracht in het parlementaire jaar dat vandaag begint, is over deze crisis heen de toekomst te blijven zien en te blijven werken aan perspectief voor alle generaties. U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.

15 september 2020

Engels

Members of the States General,

I will never forget the Remembrance Day ceremony of 4 May 2020. It was simultaneously unreal and somehow hyperreal: an almost-empty Dam Square, the silence even more deafening than usual, and the knowledge that the celebration of 75 years of freedom would necessarily be more modest than envisaged. Because of coronavirus, everything this spring was suddenly different. A difference that’s also palpable at this year’s alternative Prinsjesdag, the state opening of parliament, held at a metre-and-a-half’s distance, not in the Knights Hall, with fewer people, less pageantry, and less red, white and blue.

I’d like to express my admiration and gratitude to all the healthcare workers and everyone else in our society who has done all they can to deal with the COVID-19 crisis. Nurses and cleaners, special enforcement officers and military personnel, supermarket staff and public transport workers. I’d also like to express my support and sympathy to everyone who has contracted COVID-19, or has lost a loved one. But even for those who haven’t been ill or lost someone, the impact has been enormous. The coronavirus crisis affects us all. From Terschelling to Aruba. Young and old. With disabled people often being hit harder than others. We feel the crisis at school and at work. We feel the loss of physical contact. And above all, we feel less secure and less confident. Being unable to sit your exams, arrange more than a small-scale funeral, visit your husband or wife in the nursing home, keep your business alive or hold onto your job: these are all incredibly difficult experiences. It’s important to acknowledge that, and to give those feelings of stress, loneliness and loss the space they need. Soon, throughout the entire Kingdom, we will join together to give expression to that idea, under the motto, ‘Looking out for each other’.

Despite everything, a lot of good things have happened in the past few months. We have more appreciation for the country we live in. The fabric of our society has again proven strong. It’s always impressive to see how Dutch people help each other in times of need. It was impressive how, by working together, we were able to get the worst of the restrictions lifted within a couple of months. Equally impressive was the resilience of those entrepreneurs who, in all kinds of creative ways, kept their businesses up and running, of the teachers who supported their students online, and the parents who suddenly found themselves combining work and schooling at home. During the coronavirus crisis, the Netherlands has shown itself to be responsible, united and flexible. Let us keep that up for as long as necessary. And from it let us draw confidence for the future.

Because it’s precisely in times of sudden shocks that we need to think about the long term. We owe it to our young people, who in recent months have had to make sacrifices not only in their current lives, but also in terms of their future opportunities. A 94-year-old veteran prompted a heartfelt response when he wrote a letter to a newspaper calling on our country’s young people to stand firm and show solidarity with his generation. An 18-year-old student wrote back to him, expressing his gratitude for the freedom and opportunities that he and his contemporaries had grown up with. But he also spoke of how much they now missed that freedom, how they can only sit back and watch as key moments in their lives go by, and how the coronavirus crisis has made the future feel more uncertain than ever. That uncertainty permeates people’s education, housing and jobs. At the same time, concerns about overarching problems like climate change have become no less urgent in the current crisis. This young man’s letter touches at the core of Prinsjesdag, because prospects for the future always begin in the here and now. It is the mirror that tomorrow’s adults hold up to today’s.

In that knowledge, the government is opting not to cut spending at this uncertain time, but instead to invest in preserving jobs, good public services, a stronger economic structure and a cleaner country, both now and in the future. These are the pillars on which rest the government’s plans for the year ahead.

The Dutch economy and public finances are robust. In recent years we have built up a financial buffer, and we are now reaping the benefits. This public coin jar won’t make the virus’s impact on people’s health any less severe, but it does make us better able to deal with its immediate economic aftermath.

We now need to brace ourselves for the impact of a serious economic downturn, which will make itself felt in our economy and public finances in the longer term as well as the short. How exactly it does so will depend on how long and how severely COVID-19 continues to hold us in its grip. But the recent numbers and projections are unprecedented in peacetime. A historic contraction of over 5% in 2020. A historic swing from a budget surplus to a 7% deficit in a single year. And a doubling of unemployment, also in the space of a year. The economic setbacks facing our biggest European and global trading partners are in many cases even greater. For an open country like the Netherlands, with its focus on trade and exports, this is an extra complication, especially in the wake of Brexit.

The international consequences of the coronavirus crisis, both economic and geopolitical, are hard to overstate. Even deeper divisions seem to be appearing between the world’s biggest power blocs. In this year of the United Nations’ 75th anniversary, regrettably, national self-interest is increasingly the order of the day and the multilateral world order is under even more pressure. For the Dutch government it is indisputable that well-functioning international institutions and international cooperation are essential in order to tackle certain problems that no single country or region can overcome on its own. These include peace and security issues, poverty reduction, the climate crisis and our future energy supply, and now the fight against COVID-19 too.

Our country is taking responsibility in this regard. That is both a moral obligation and enlightened self-interest. The Netherlands will continue supporting the world’s most vulnerable regions, which have been hit hard by coronavirus. The government will also continue working to strengthen the operational deployment of Dutch military personnel. It’s clear that the world needs to look beyond the current crisis and prepare for a future pandemic or other external shock. COVID-19 has shown us that, at international level too, we stand stronger together in a crisis like this.

At European level, the growing geopolitical uncertainty and the coronavirus crisis have only increased the importance of cooperation and unified action in the wider world. For the Netherlands, being rooted in the European Union and the single market is fundamental to our prosperity, legal certainty and security. It’s true that European cooperation is often accompanied by fierce debate, and this sometimes magnifies the differences between countries. Yet our similarities and shared interests always bring the member states together again. The Netherlands is working closely with other European countries to speed up the development and distribution of a vaccine, for example. The European recovery fund will help member states cope better with the short-term consequences of the crisis and work on structural economic reforms in the longer term. It’s a form of solidarity that cuts both ways, with countries naturally helping their neighbours in times of need but also taking steps at home and making reforms to ensure we are all better prepared for the next crisis.

Thanks to extra public spending, our country was able to absorb the initial impact of the crisis on business and the labour market. Two packages of short-term support measures ensured that salaries continued to be paid and large-scale redundancies and bankruptcies were avoided as far as possible. A third package, available from 1 October, will run for a period of nine months. The goal is still to preserve as many jobs as possible. But following the emergency-support phase it’s also important that people take up education and training so they can make the switch to sectors experiencing labour shortages, and that companies can adapt to the new reality. With an additional package for art and culture worth almost half a billion euros, the government is underlining the huge importance of this sector to our society. Support for the public transport sector will continue, as many people rely on the bus, train, tram or metro in order to go about their daily business. Almost €800 million in extra funding will be made available to the municipalities for services such as community centres, sheltered employment and cultural institutions, and to help them organise ‘coronavirus-proof’ elections. In this way, subnational authorities and central government are working together as one through this crisis.

The government is talking with the hard-hit Caribbean parts of our Kingdom about what support can be offered, and under what conditions. The aim is to provide people with short-term support while contributing to future economic security and social stability. Humanitarian aid will continue to be available.

At the start of this period, the government decided to strengthen our country’s public services. The importance of this endeavour has, if anything, increased in this time of crisis. Investing in public safety, socioeconomic security and an attractive living environment will help us combat the crisis, make our economy more resilient, and foster confidence in the future. This approach is evident in various parts of the government’s plans.

Nowhere is the responsibility for the future of our children and young people felt and borne more directly than in our country’s classrooms and lecture halls. Extra money has been set aside so that in the major cities new steps can be taken to address the teacher shortage. Given this year’s extraordinary spring, with its empty classrooms, the government has also made available €500 million to help pupils and students catch up on what they have missed. This money can be used for extra tutoring, for example.

The government has allocated €5 billion to tackle nitrogen pollution in the years ahead. This money can be used, for example, for nature recovery and adapting livestock housing. This is needed to protect the natural environment, which we enjoy and must nurture for the future. It is needed to ensure a healthy and innovative future for the Dutch agricultural sector, which ensures a dependable food supply in good times and bad. And it’s needed to facilitate spatial development in the fields of house building and infrastructure.

Planned investment totalling almost €2 billion in infrastructure, housing construction and the maintenance and sustainability of government buildings will be brought forward. Good mobility is the backbone of the economy. The construction industry and housing market will be helped by the earlier implementation of construction projects.

Demand for housing remains high. Under the government’s supervision the building of new housing will be accelerated. For the next five years, first-time buyers will not have to pay conveyance duty. The government is proposing a reduction in the rent paid by low-income households living in expensive housing association accommodation.

The rule of law is society’s most important public good. It is the foundation of a democratic country that is socially and economically strong, where equality of opportunity is the norm. One year ago the brutal murder of the lawyer Derk Wiersum shocked the Netherlands. That day provided a stark reminder of how organised crime undermines society. Extra money will again be made available in the coming year in the unceasing fight against this scourge, including funds for a new specialised team combining expertise from the Tax and Customs Administration and the armed forces and the justice system.

There is another fundamental threat to the quality of the rule of law. Too often, still, a person’s name or the colour of their skin determines their opportunities in life. That is unacceptable. The public debate on this issue sometimes causes friction, but it can also help us move forward in the fight against discrimination, racism and unequal treatment. Overcoming differences begins with being prepared to listen to one another.

The government realises how crucial public trust in its own conduct is. The government must stand with the people, not against them. That’s why it’s so important that Groningen residents affected by earthquakes should be able to count on their damage being repaired and their homes reinforced as quickly as possible. The government is also determined to provide swift compensation to those parents who were victims of serious errors made in the childcare benefit system. Investing in the quality of our country’s public services remains essential.

In this period the government has made choices as part of the Pensions Agreement and the Climate Agreement that will determine our course over the longer term. If the necessary solidarity between young and old takes shape anywhere, it will be around these two issues. The elaboration and implementation of these agreements will be a lengthy process. Pensions will be made more personal and transparent. By making reforms now, we can ensure a good pension for everyone in the future. The government hopes to submit a bill for the modernisation of the pension system in 2021.

The goal of the National Climate Agreement and the Climate Act is to reduce CO2 emissions by at least 49% by 2030, with a view to a climate-neutral Netherlands by 2050. Later this autumn the first policy document on climate change will be presented. A number of different measures are planned for the coming year, including a carbon levy on industry, a smaller role for coal-fired power plants in electricity production, and measures to stimulate the circular economy, where waste is turned back into raw materials.

On top of all that, the government plans to make a flying start with the National Growth Fund. Its goal is to boost our country’s future earning capacity, and with it our future prosperity. The government will use this fund to invest in knowledge development, innovation and infrastructure. The last of these includes not only roads and rail but also digital and energy infrastructure. The Fund’s unique scale and timeframe will make it possible to hand over a wealthier, cleaner and more sustainable Netherlands to the young people of today. A total of €20 billion will be made available for the coming five-year period.

Finally, coronavirus has illustrated more clearly than ever how important it is to ensure that the best possible healthcare remains available – for future generations as well as today’s. International rankings have shown time and again that the Netherlands has a world-class healthcare system. But that doesn’t alter the fact that there are limits to what our healthcare institutions and personnel can cope with. In the short term we need to draw lessons from this experience so we are prepared for a possible second wave. In the longer term there will be different lessons. How we organise healthcare, for example, and the pressure of work that care staff face. How we create scope for more telemedicine, and address the need for prevention and innovation. The government will present proposals aimed at retaining as many healthcare workers as possible and persuading more people to work in this sector, for example through more career opportunities, less paperwork and greater autonomy. Public appreciation for healthcare workers will also be expressed in the form of a bonus for their extra efforts, both this year and next.

Members of the States General,

The coronavirus crisis is proving a severe test, in every area we care about: our health, our work, our families and our friends. And we realise that unity and responsibility are needed now more than ever. At this time, every generation has its own specific concerns and questions. But it is precisely in unity between the generations that everyone, young and old, can make their own contribution and overcome this difficult period. Our most important source of reassurance is the economic, social and psychological resilience our country continues to show. The task ahead in the parliamentary year that begins today is to stay focused on the future beyond this crisis, and to keep working to create new prospects for every generation. In discharging your duties, you may feel supported in the knowledge that many are wishing you wisdom and join me in praying for strength and God’s blessing upon you.

15 September 2020